Collectieve Arbeidsovereenkomst
HOOFDSTUK 6 - SCHOLING, INZETBAARHEID EN LOOPBAANV
Artikel 6.1 Uitgangspunten scholingArtikel 6.2 Vergoeding en verlof
Artikel 6.3 Procedure
Artikel 6.4 Loopbaanvorming
Artikel 6.5 Nadere regels
Artikel 6.1 Uitgangspunten scholing
- De werknemer heeft het recht op en de verplichting tot scholing.
- Scholing wordt onderscheiden in twee soorten, te weten:
a. scholing in het kader van een goede uitoefening van de huidige of (aanwijsbaar)
toekomstige functie;
b. scholing in het kader van vergroten van inzetbaarheid van de werknemer in de
eigen organisatie dan wel elders.
Artikel 6.2 Vergoeding en verlof
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 6.3, geldt de volgende vergoedings- en verlofregeling:
1. Indien het scholing als bedoeld in artikel 6.1 lid 2 sub a betreft wordt volledig studieverlof verleend en worden de studiekosten volledig vergoed
2. Indien het scholing als bedoeld in artikel 6.1 lid 2 sub b betreft wordt voor tenminste 50% studieverlof verleend en worden de studiekosten voor tenminste 50% vergoed.
3. Indien de scholing als bedoeld in 6.1 lid 2 sub b plaatsvindt in het belang van de organisatie, wordt volledig studieverlof verleend en worden de studiekosten voor 100% vergoed.
- Jaarlijks maken werkgever en werknemer een afspraak over de benodigde en gewenste scholing. Deze afspraak kan worden gemaakt in het kader van een functionerings- of beoordelingsgesprek, dan wel op enig ander moment.
- Zowel werkgever als werknemer kunnen het initiatief nemen een voorstel tot het volgen van scholing te doen.
- Gestreefd wordt naar het bereiken van overeenstemming. Indien geen overeenstemming wordt bereikt, kan de werkgever:
-een verplichting opleggen, voor zover het scholing betreft als bedoeld in artikel 6.1 lid 2 sub a;
-besluiten de scholing/de vergoeding niet toe te kennen.
In beide gevallen is er sprake van een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit in de zin van de Awb. (Voor werkgevers naar burgerlijk recht geldt de overeenkomstige, ter zake geldende procedure.)
- Ten minste eenmaal per 5 jaar komen werkgever en werknemer een plan overeen voor de benodigde en gewenste ontwikkeling van de werknemer binnen dan wel buiten het organisatieonderdeel. Dit Professioneel Ontwikkelingsplan (POP) - met daarin afspraken over de benodigde investering in tijd en geld overeenkomstig de artikelen 6.1 en 6.2 - wordt schriftelijk vastgelegd. De voortgang en bijstelling wordt besproken in het jaarlijkse functionerings- of beoordelingsgesprek.
- De werknemer heeft eenmaal per 5 jaar recht op een professioneel loopbaanadvies. De werknemer kan in een functioneringsgesprek aangeven wanneer hij van dit recht gebruik wil maken. De resultaten van dit advies worden meegenomen in een conform lid 1 van dit artikel op te stellen Professioneel Ontwikkelingsplan.
- De werknemer kan - in navolging van de afspraken die in het kader van lid 1 van dit artikel zijn gemaakt - voor een periode van maximaal 2 jaar op een andere functie worden geplaatst of werkzaamheden opgedragen krijgen om specifieke ervaring op te doen. Voorafgaand worden schriftelijk afspraken vastgelegd over doel, termijn, begeleiding en beoordeling van de ervaringsperiode en over het vervolg hierop.
Gedurende de loopbaanplaatsing heeft de werknemer recht op het aan de functie verbonden salaris, tenzij de omvang van het leerelement aanleiding geeft hiertoe niet over te gaan. Na afloop van de loopbaanplaatsing heeft de werknemer recht op een functie, gelijkwaardig aan de functie die hij had op het moment dat de loopbaanplaatsing van start ging. De werknemer heeft vanaf dat moment ook recht op het salaris dat hij gehad zou hebben, wanneer hij geen loopbaanplaatsing had gekregen. - In het kader van employability zijn er afspraken gemaakt die erop gericht zijn OIO’s te ondersteunen bij hun loopbaanoriëntatie en dan met name op het gebied van scholing en competentieontwikkeling (zie artikel 12.5 lid 5).
- Om medewerkers boven de 45 jaar te stimuleren actief aan het arbeidsproces te blijven deelnemen wordt hun de mogelijkheid geboden hun leeftijdsuren te gebruiken voor activiteiten waardoor zij nieuwe kennis en ervaring opdoen.
- De werkgever kan in overeenstemming met de ondernemingsraad aanvullend beleid formuleren met betrekking tot loopbaanmogelijkheden.
De werkgever kan ter uitvoering van het bepaalde in dit hoofdstuk nadere regels stellen.
naar boven