Over de WVOI

Collectieve Arbeidsovereenkomst

  • PARTIJEN, KARAKTER EN LOOPTIJD CAO-OI
  • PREAMBULE
  • HOOFDSTUK 1 – ALGEMENE BEPALINGEN
  • HOOFDSTUK 2 – WERVING, SELECTIE EN DIENSTVERBAND
  • HOOFDSTUK 3 – SALARIS EN TOELAGEN
  • HOOFDSTUK 4 – ARBEIDSDUUR EN WERKTIJDEN
  • HOOFDSTUK 5 - VAKANTIEVERLOF
  • HOOFDSTUK 6 - SCHOLING, INZETBAARHEID EN LOOPBAANV
  • HOOFDSTUK 7 - FUNCTIONERINGS- EN BEOORDELINGSGESPR
  • HOOFDSTUK 8 - SOCIALE ZEKERHEID
  • HOOFDSTUK 9 - ONTSLAG
  • HOOFDSTUK 10 - VERGOEDINGEN EN VOORZIENINGEN
  • HOOFDSTUK 11 - DISCIPLINAIRE MAATREGELEN, SCHORSIN
  • HOOFDSTUK 12 - BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR OIO´s
  • HOOFDSTUK 13 - STUDIES EN OVERIGE AFSPRAKEN TUSSEN PARTIJEN
  • HOOFDSTUK 14 - OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
  • Bijlage 1 - Salaristabellen
  • Bijlage 2 - Seniorenregeling OI (SROI-2007)
  • Bijlage 3 - Toelichting en nadere uitwerking Vakantieverlof OI
  • Bijlage 4 - Overlegprotocol WVOI
  • Bijlage 5 - RWOO-bepalingen 2.2 tot en met 2.7, 15.2 en 15.3
  • Bijlage 6 - ArbeidsVoorwaarden Op Maat (AVOM)
  • Bijlage 7 - Regeling Telewerken
  • Bijlage 8 - Tenure Track

    HOOFDSTUK 9 - ONTSLAG

    Artikel 9.1 Algemene bepalingen
    Artikel 9.2 Ontslag op verzoek en opzegtermijn werknemer
    Artikel 9.3 Beëindiging dienstverband voor bepaalde tijd
    Artikel 9.4 Ontslagverboden
    Artikel 9.4a Ontslag tijdens proeftijd
    Artikel 9.5 Ontslag wegens opheffing functie of overtolligheid
    Artikel 9.6 Ontslag wegens einde externe financiering
    Artikel 9.7 Ontslag wegens flexibel pensioen en uittreden (FPU)
    Artikel 9.8 Ontslag uit het dienstverband wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid
    Artikel 9.9 Ontslag wegens het aanvaarden van een publieke functie
    Artikel 9.10 Ontslag uit dienstverband voor onbepaalde tijd
    Artikel 9.11 Ontslag op andere gronden
    Artikel 9.12 Herplaatsinginspanning
    Artikel 9.13 Bezwaar tegen ontslagbesluiten
    Artikel 9.14 Ontslag na herplaatsing

    Artikel 9.1 Algemene bepalingen


    1. De werkgever die bevoegd is tot het aangaan van het dienstverband, verleent ontslag. Het schriftelijke ontslagbesluit vermeldt de datum van ingang van het ontslag.
    2. Bij het ontslag deelt de werkgever betrokkene schriftelijk mee dat deze, om in aanmerking te komen voor een uitkering krachtens het BWOI, verplicht is om zich uiterlijk de eerste werkloosheidsdag in te schrijven als werkzoekende bij het Centrum voor Werk en Inkomen/Arbeidsbureau en om binnen 3 weken na het intreden van de werkloosheid een aanvraag om een uitkering bij UWV in te dienen, onverminderd het overigens in het BWOI ten aanzien van verplichtingen van betrokkene bepaalde.
    3. De werkgever is verplicht bij het beëindigen van het dienstverband desgewenst aan de werknemer een getuigschrift te verstrekken. Het getuigschrift bevat in ieder geval de begin- en einddatum van het dienstverband en de functie(s) waarin de werknemer werkzaam is geweest gedurende het dienstverband alsmede de arbeidsduur per dag/week.
    4. Ontslag wordt in de regel eervol verleend.

    Artikel 9.2 Ontslag op verzoek en opzegtermijn werknemer


    1. De werknemer wordt op zijn verzoek eervol ontslag verleend.
    2. Van het eerste lid kan worden afgeweken indien een strafrechtelijke vervolging ter zake van een misdrijf tegen de werknemer is ingesteld of indien wordt overwogen de disciplinaire maatregel `ontslag` op te leggen.
    3. De opzegtermijn voor de werknemer bedraagt minimaal 1 maand en maximaal 3 maanden.
    4. Indien de bedrijfsvoering dit noodzakelijk maakt kan deze termijn tot ten hoogste 6 maanden worden verlengd, waarbij in redelijkheid met het belang van de werknemer rekening wordt gehouden.
    5. De opzegtermijn van de werknemer is nooit langer dan die van de werkgever. Indien de overeengekomen opzegtermijn van de werknemer meer dan 1 maand bedraagt, geldt voor de werkgever minimaal dezelfde opzegtermijn.
    6. De opzegtermijn kan met wederzijds goedvinden worden bekort. Indien dit op initiatief van de werkgever gebeurt, wordt over de resterende opzegtermijn het salaris, vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering, uitbetaald.

    Artikel 9.3 Beëindiging dienstverband voor bepaalde tijd


    1. Het dienstverband voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege indien er bij de aanvang van het dienstverband voor bepaalde tijd een einddatum dan wel een objectief te bepalen eindsituatie is vastgelegd.
    2. Het dienstverband kan door de werkgever tussentijds worden opgezegd, mits een opzegtermijn in acht wordt genomen van:
      a. 3 maanden, indien de werknemer ten tijde van de opzegging laatstelijk ten minste
         12 maanden onafgebroken in dienst is geweest;
      b. 2 maanden, indien de werknemer ten tijde van de opzegging laatstelijk ten minste
         6 maanden doch korter dan 12 maanden onafgebroken in dienst is geweest;
      c. 1 maand, indien de werknemer ten tijde van de opzegging laatstelijk korter dan 6
         maanden onafgebroken in dienst is geweest.
       Van het bepaalde in dit lid mag ten gunste van de werknemer worden afgeweken.
    3. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid gelden ingeval van ontslag in het kader van reorganisatie de verlengde opzegtermijnen zoals overeengekomen in het betreffende Sociaal Beleidskader, Sociaal Statuut of Reorganisatieleidraad.
    4. Indien een dienstverband voor bepaalde tijd of een opeenvolging van dienstverbanden voor bepaalde tijd die een termijn behelzen van meer dan 2 jaar, al dan niet tussentijds door de werkgever wordt opgezegd of van rechtswege eindigt, heeft de werknemer recht op flankerend beleid, conform het voor de instelling vigerende Sociaal Beleidskader, inclusief de daarin opgenomen termijnen.

    Artikel 9.4 Ontslagverboden


    1. Opzegging kan niet geschieden gedurende de zwangerschap van de vrouwelijke werknemer, noch gedurende het bevallingsverlof noch, indien zij haar werk heeft hervat, gedurende 6 weken na einde bevallingsverlof. De werkgever kan ter staving van de zwangerschap een verklaring van een geneeskundige of een verloskundige verlangen.
    2. Opzegging kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

    Artikel 9.4a Ontslag tijdens proeftijd

    Het dienstverband kan door zowel werkgever als werknemer tijdens de proeftijd als bedoeld in artikel 2.5 lid 3 zonder opzegtermijn worden beëindigd.

    Artikel 9.5 Ontslag wegens opheffing functie of overtolligheid


    1. Aan de werknemer kan eervol ontslag worden verleend:
      a. wegens opheffing van zijn functie;
      b. wegens overtolligheid van personeel als gevolg van verandering in de inrichting
         van de organisatie-eenheid waarbij de werknemer werkzaam is, dan wel als
      gevolg van vermindering van de werkzaamheden bij die organisatie-eenheid.
    2. Ontslag op één van de in het eerste lid genoemde gronden kan slechts plaatsvinden, indien het na een zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken om de werknemer binnen het gezagsbereik van de werkgever andere mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden voor hem passende werkzaamheden op te dragen, dan wel indien de werknemer zodanige werkzaamheden weigert te aanvaarden. Bij het opdragen van passende werkzaamheden zal teneinde het ontstaan dan wel het vergroten van feitelijke ongelijkheden tegen te gaan, uitgangspunt zijn, dat voorrang wordt gegeven aan vrouwelijke werknemers.
    3. Ontslag op één van de in het eerste lid genoemde gronden vindt uiterlijk 1 jaar na bekendwording van de opheffing van de functie/overtolligheid, plaats. In het Lokaal Overleg kan in geval van een reorganisatie een langere termijn worden overeengekomen.
    4. Ontslag wegens overtolligheid van werknemers die een vast dienstverband hebben, vindt plaats in de volgende rangorde[14]:
      a. zij die 35 of meer voor pensioen geldige dienstjaren hebben, waarbij ouderen in
         leeftijd vóór jongeren gaan;
      b. zij die de leeftijd van 35 jaar nog niet hebben overschreden, te beginnen met hen
         die het geringste aantal jaren hebben doorgebracht in burgerlijke overheidsdienst,
         waaronder mede begrepen jaren doorgebracht in dienst van een Nederlandse
         universiteit of van een Nederlands academisch ziekenhuis;
      c. zij die het geringste aantal jaren in burgerlijke overheidsdienst hebben
         doorgebracht.
      Voor de berekening van het aantal jaren in burgerlijke overheidsdienst wordt mede
      in aanmerking genomen tijd gewijd aan de verzorging van tot het huishouden van
      de werknemer behorende 0-4-jarige eigen, stief- of pleegkinderen, tot een maximum
      van in totaal 6 jaren.
    5. Indien het belang van de werkgever dit vordert kan bij de verlening van het ontslag van de rangorde bedoeld in het vierde lid, worden afgeweken. Omvat de afvloeiing in dat geval meer dan 1% van het aantal werknemers met een dienstverband voor onbepaalde tijd bij de betrokken organisatie-eenheid, met een minimum van vijf, dan geschiedt zij naar een bepaald vooraf vastgesteld plan.
    6. Bij een ontslagverlening op grond van het eerste lid wordt, afhankelijk van het Sociaal Beleidskader, een opzeggingstermijn van ten minste 3 maanden in acht genomen.
    7. De werknemer wordt na verplaatsing van de organisatie-eenheid waarbij hij werkzaam is eervol ontslag verleend, als op grond van door hem kenbaar gemaakte, aan zijn persoonlijke omstandigheden ontleende en door de werkgever als geldig erkende bedenkingen van hem in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij zich naar de verplaatsing zal voegen dan wel zal  blijven voegen, tenzij de werkgever het mogelijk acht aan de werknemer andere passende werkzaamheden op te dragen, waarvoor eerder bedoelde bedenkingen niet gelden.
    8. Binnen een periode van uiterlijk 1 jaar nadat de werknemer de hem in gevolge dit artikel opgedragen werkzaamheden is gaan vervullen, kan hem alsnog eervol ontslag worden verleend, als die werkzaamheden niet passend voor hem blijken te zijn. Hierbij geldt geen opzegtermijn.

    Artikel 9.6 Ontslag wegens einde externe financiering

    Aan de werknemer met een dienstverband voor onbepaalde tijd dat blijkens het aanstellingsbesluit c.q. de arbeidsovereenkomst afhankelijk is van externe financiering kan ingeval van beëindiging van deze financiering ontslag worden verleend op grond van opheffing van de functie dan wel overtolligheid zonder dat er sprake is van een reorganisatie. Het flankerend beleid en het Sociaal Beleidskader zijn van toepassing.

    Artikel 9.7 Ontslag wegens flexibel pensioen en uittreden (FPU)


    1. De werknemer die ontslag vraagt met het oog op een uitkering krachtens de regeling Flexibel Pensioen en Uittreden (FPU), wordt ontslag verleend, als het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP op een desbetreffende aanvraag heeft beslist dat na dat te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering krachtens de regeling FPU. Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop genoemde uitkering ingaat. 
    2. Dit artikel geldt ook indien en voor zover er sprake is van in deeltijd gebruikmaken van de FPU-regeling.
    3. Artikel 9.2 is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

    Artikel 9.8 Ontslag uit het dienstverband wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid
    Ingeval van ziekte en arbeidsongeschiktheid geldt gedurende 2 jaar een ontslagver­bod. Dit ontslagverbod geldt niet indien de werknemer zonder deugdelijke grond weigert om:


    1. gevolg te geven aan, door de werkgever of een door hem aangewezen deskundige gegeven, redelijke voorschriften en/of mee te werken aan door de werkgever of een door hem aangewezen deskundige, getroffen maatregelen om hem in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid te verrichten;
    2. passende arbeid te verrichten waartoe de werkgever hem in de gelegenheid stelt.
      Onder `passende arbeid` wordt in het kader van dit artikel verstaan: alle arbeid waarop de krachten en bekwaamheden van de werknemer zijn berekend tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd;
    3. zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 25 lid 2 WIA[15].

    Artikel 9.9 Ontslag wegens het aanvaarden van een publieke functie


    1. Aan de werknemer die in verband met de aanvaarding van een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen, tijdelijk is ontheven van de vervulling van zijn functie, wordt, indien hij ophoudt die functie in een publiekrechtelijk college te bekleden en hij naar het oordeel van de werkgever niet in actieve dienst kan worden hersteld, eervol ontslag verleend.
    2. Eervol ontslag wordt eveneens verleend aan de werknemer die na afloop van buitengewoon verlof van lange duur, naar het oordeel van de werkgever niet in actieve dienst kan worden hersteld.
    3. Aan de werknemer die een benoeming tot minister of staatssecretaris aanvaardt, wordt met ingang van de dag van het aanvaarden van deze functie, eervol ontslag verleend.

    Artikel 9.10 Ontslag uit dienstverband voor onbepaalde tijd


    1. Anders dan op verzoek van de werknemer, bij wijze van disciplinaire maatregel of ingevolge de Wet Incomptabiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement, dan wel de artikelen 9.5, 9.6, 9.7, 9.8 en 9.9 van deze CAO kan de werknemer met een dienstverband voor onbepaalde tijd worden ontslagen op grond van:


      1. het verlies van een vereiste voor de benoembaarheid, door de werkgever gesteld bij een regeling aan benoeming voorafgegaan, tenzij het vereiste alleen voor de aanvang van de functie geldt;
      2. het ontbreken van verblijfsvergunning dan wel tewerkstellingsvergunning;
      3. een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak waarbij de werknemer onder curatele is gesteld;
      4. het ondergaan van lijfsdwang wegens schulden krachtens een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;
      5. een onherroepelijke veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf;
      6. blijvende ongeschiktheid, uit hoofde van ziekten of gebreken, voor de vervulling van zijn functie blijkens het doorlopen van de procedure bedoeld in artikel 20 van het ZAOI. Dit ontslag kan ook voor een gedeelte van het dienstverband worden gegeven. Na volledig ontslag kan aansluitend met de werknemer een deeltijddienstverband worden aangegaan, voor zover er passende arbeid bij de werkgever beschikbaar is;
      7. onbekwaamheid of ongeschiktheid anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken voor de door hem beklede functie;
      8. het bij of in verband met indiensttreding of keuring verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, zonder welke handelwijze niet tot indienstneming of goedkeuring zou zijn overgegaan, tenzij de werknemer aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld;
      9. het bereiken van de 65-jarige leeftijd.

    2. Ontslag op grond van het eerste lid onder a, f, g en i wordt eervol verleend.
    3. Bij een ontslagverlening op grond van het eerste lid, onder a, of g, wordt een opzegtermijn van 3 maanden in acht genomen. Bij een ontslagverlening op grond van b, c, d, e, f, h en i behoeft geen opzegtermijn in acht genomen te worden.

    Artikel 9.11 Ontslag op andere gronden


    1. Aan een werknemer met een dienstverband voor onbepaalde tijd kan ook op andere gronden dan die in deze CAO worden genoemd, eervol ontslag worden gegeven.
    2. In geval van ontslag ingevolge het eerste lid, treft de werkgever een regeling waarbij de werknemer een uitkering wordt verleend die redelijk en billijk is.

    Artikel 9.12 Herplaatsinginspanning

    In het geval, bedoeld in artikel 9.10 eerste lid, onder g (onbekwaamheid of ongeschiktheid anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken), gaat de werkgever, alvorens tot ontslag over te gaan, na of binnen zijn gezagsbereik herplaatsing van de werknemer in een andere, mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden voor hem passende functie mogelijk is, tenzij het tekortschieten aan eigen schuld of toedoen van de desbetreffende werknemer is te wijten.

    Artikel 9.13 Bezwaar tegen ontslagbesluiten


    1. Ten behoeve van de beslissing op bezwaren tegen ontslagbesluiten stelt de werkgever een adviescommissie in als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb.
    2. De adviescommissie, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een voorzitter en twee leden. Zowel de leden als de voorzitter worden benoemd door de werkgever. Een lid wordt benoemd op voordracht van de werkgever en een lid op voordracht van de werknemersorganisaties. De beide leden dragen de voorzitter, als bedoeld in artikel 7:13, eerste lid onder b van de Awb, ter benoeming voor. Op dezelfde wijze worden voor elk lid een plaatsvervangend lid en voor de voorzitter een plaatsvervangend voorzitter benoemd.
    3. Een ontslag op grond van de artikelen 9.3, lid 2, 9.5 lid 1 en 9.10 lid 1 onder a of g gaat niet eerder in dan een week nadat de werkgever de beslissing op bezwaar, bedoeld in het eerste lid, heeft genomen. Het besluit wordt echter niet later geëffectueerd dan 16 weken na dagtekening van het ontslagbesluit als bedoeld in lid 1.
    4. Dit artikel geldt niet voor de werkgever naar Burgerlijk Recht omdat het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 (BBA) op hem van toepassing is.

    Artikel 9.14 Ontslag na herplaatsing

    Indien aan de werknemer gedurende de tijd dat hij recht had op wachtgeld krachtens het Rijkswachtgeldbesluit 1959, op een uitkering krachtens de Uitkeringsregeling 1966 of de B-WOI, dan wel op suppletie, als bedoeld in hoofdstuk 1 van de ZAOI, een voor hem passend geachte functie is aangeboden en die functie binnen een periode van uiterlijk een jaar, nadat hij deze is gaan vervullen, niet passend voor hem blijkt te zijn, kan hem binnen die periode eervol ontslag uit die functie worden verleend, welk ontslag ten aanzien van zijn aanspraken op een uitkering wordt geacht niet door eigen toedoen te zijn verleend.

    naar boven

  • WVOI
    Postbus 93138
    2509 AC Den Haag
    070 - 3440876