Collectieve Arbeidsovereenkomst
HOOFDSTUK 11 - DISCIPLINAIRE MAATREGELEN, SCHORSIN
Artikel 11.1 Disciplinaire maatregelenArtikel 11.2 Vrijheid van meningsuiting
Artikel 11.3 Schorsing
Artikel 11.4 Non-activiteit
Artikel 11.5 Bezoldiging tijdens schorsing of non-activiteit
Artikel 11.6 Nadere regels
Artikel 11.1 Disciplinaire maatregelen
Artikel 11.2 Vrijheid van meningsuiting
- Er kan pas een disciplinaire maatregel worden opgelegd wegens overtreding van artikel 125a, eerste lid, van de Ambtenarenwet nadat daarover advies is ingewonnen van een daartoe door de instelling, zoveel mogelijk in samenwerking met de overige instellingen ingestelde commissie.
- De instelling stelt, zoveel mogelijk in samenwerking met de overige instellingen, regels vast met betrekking tot de samenstelling en de werkwijze van deze commissie.
- De werkgever geeft bij haar besluit tot oplegging van een disciplinaire maatregel, als bedoeld in het eerste lid, te kennen of dit in overeenstemming is met het ingewonnen advies.
De werknemer is van rechtswege in zijn functie geschorst, wanneer hij op grond van een wettelijke maatregel of op grond van de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (Stb. 2002, 431) van zijn vrijheid is beroofd.
De werknemer is niet van rechtswege in zijn functie geschorst wanneer de vrijheidsbeneming het gevolg is van een maatregel die getroffen is in het belang van de volksgezondheid.
- Onverminderd de regels rond het opleggen van een disciplinaire maatregel, zoals genoemd in artikel 11.1 van dit hoofdstuk, kan de werkgever de werknemer op non-actief stellen:
a. als een strafrechtelijke vervolging ter zake van misdrijf tegen hem is ingesteld;
b. wanneer hem door de werkgever het voornemen tot een disciplinaire maatregel
tot onvoorwaardelijk ontslag is te kennen gegeven dan wel hem die maatregel
is opgelegd;
c. wanneer, naar het oordeel van de werkgever, het belang van de werkgever dit
vordert. - Het besluit waarbij de werknemer op non-actief wordt gesteld, vermeldt de datum van ingang daarvan en de omstandigheden die daartoe aanleiding hebben gegeven.
Artikel 11.5 Bezoldiging tijdens schorsing of non-activiteit
- Tijdens de schorsing of de non-activiteit kan de bezoldiging voor een derde gedeelte worden ingehouden. Na verloop van 6 weken kan een verdere inhouding ook van het volle bedrag van de bezoldiging plaatsvinden. Geen inhouding vindt plaats als de werknemer op non-actief is gesteld omdat:
a. het belang van de werkgever dit naar de mening van de werkgever vordert;
b. de werknemer plaatsing in een psychiatrische inrichting of daarmede gelijk te
stellen inrichting ondergaat;
c. de werknemer politiebewaring of inverzekeringstelling als bedoeld in artikel 57
van het Wetboek van Strafvordering ondergaat, mits niet gevolgd door
inbewaringstelling. - De ingehouden bezoldiging kan alsnog geheel of gedeeltelijk aan de werknemer worden uitbetaald, indien de schorsing of non-activiteit niet wordt gevolgd door een onvoorwaardelijk ontslag bij wijze van disciplinaire maatregel of ontslag op grond van onherroepelijke veroordeling tot vrijheidsstraf vanwege misdrijf. Op de uit te keren bezoldiging worden in mindering gebracht de inkomsten die de werknemer sedert de schorsing of gedurende de non-activiteit heeft genoten uit arbeid die hij heeft kunnen verrichten, tenzij dit, naar het oordeel van de werkgever, onredelijk of onbillijk is.
- Het niet ingehouden gedeelte van de bezoldiging van de werknemer kan aan anderen worden uitbetaald.
- Als de werknemer is geschorst of op non-actief is gesteld tijdens ziekte, wordt onder bezoldiging verstaan hetgeen daaronder voor de toepassing van het ZAOI wordt verstaan.
De werkgever kan nadere regels stellen ter uitvoering van de artikelen 11.1 t/m 11.5.
naar boven