Over de WVOI

Collectieve Arbeidsovereenkomst

  • PARTIJEN, KARAKTER EN LOOPTIJD CAO-OI
  • PREAMBULE
  • HOOFDSTUK 1 – ALGEMENE BEPALINGEN
  • HOOFDSTUK 2 – WERVING, SELECTIE EN DIENSTVERBAND
  • HOOFDSTUK 3 – SALARIS EN TOELAGEN
  • HOOFDSTUK 4 – ARBEIDSDUUR EN WERKTIJDEN
  • HOOFDSTUK 5 - VAKANTIEVERLOF
  • HOOFDSTUK 6 - SCHOLING, INZETBAARHEID EN LOOPBAANV
  • HOOFDSTUK 7 - FUNCTIONERINGS- EN BEOORDELINGSGESPR
  • HOOFDSTUK 8 - SOCIALE ZEKERHEID
  • HOOFDSTUK 9 - ONTSLAG
  • HOOFDSTUK 10 - VERGOEDINGEN EN VOORZIENINGEN
  • HOOFDSTUK 11 - DISCIPLINAIRE MAATREGELEN, SCHORSIN
  • HOOFDSTUK 12 - BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR OIO´s
  • HOOFDSTUK 13 - STUDIES EN OVERIGE AFSPRAKEN TUSSEN PARTIJEN
  • HOOFDSTUK 14 - OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
  • Bijlage 1 - Salaristabellen
  • Bijlage 2 - Seniorenregeling OI (SROI-2007)
  • Bijlage 3 - Toelichting en nadere uitwerking Vakantieverlof OI
  • Bijlage 4 - Overlegprotocol WVOI
  • Bijlage 5 - RWOO-bepalingen 2.2 tot en met 2.7, 15.2 en 15.3
  • Bijlage 6 - ArbeidsVoorwaarden Op Maat (AVOM)
  • Bijlage 7 - Regeling Telewerken
  • Bijlage 8 - Tenure Track

    HOOFDSTUK 13 - STUDIES EN OVERIGE AFSPRAKEN TUSSEN PARTIJEN

    Artikel 13.1 Tijdelijk dienstverband met buitenlandse toponderzoeker
    Artikel 13.2 Loopbaanbeleid en carrièreperspectief
    Artikel 13.3 Levensfasebewust personeelsbeleid
    Artikel 13.4 Tenure Track
    Artikel 13.5 Werken na 65 jaar
    Artikel 13.6 Omvang standaardwerkweek
    Artikel 13.7 Stand van zaken lopende afspraken
    Artikel 13.8 Aanwending budgetten

    Artikel 13.1 Tijdelijk dienstverband met buitenlandse toponderzoeker

    Eén keer per jaar zal aan de WVOI-overlegtafel worden gerapporteerd in hoeverre artikel 1.2 lid 2 is toegepast. In 2008 zal het gebruik van de betreffende bepaling worden geëvalueerd.

    Artikel 13.2 Loopbaanbeleid en carrièreperspectief


    1. Het Professioneel OntwikkelingsPlan (POP), als bedoeld in artikel 6.4, is de ‘nieuwe naam’ voor het Persoonlijk OntwikkelingsPlan. De nieuwe naam staat symbool voor een krachtiger verbinding tussen persoonlijke ontwikkeling, organisatieontwikkeling en ontwikkeling in/van de professie. De verbinding tussen persoonlijke ontwikkelingsdoelen en organisatiedoelen wordt verstevigd in de afspraken tussen leidinggevende en medewerker over de individuele ontwikkeling.
    2. Het Professioneel OntwikkelingsPlan (POP) is een instrument waarmee gedurende de looptijd van de CAO-OI een sterkere impuls zal worden gegeven aan de gezamenlijke investering in employability.
    3. POP is één van de middelen om de inzetbaarheid van individuele medewerkers te vergroten. Ten behoeve van het uitbouwen van POP en ter bevordering van de ontwikkeling van de medewerkers, wordt in paritair verband een werkconferentie voor leidinggevenden en een workshop voor medewerkers ontwikkeld.
      De werkconferentie voor leidinggevenden is WVOI-breed en niet vrijblijvend. Het moment en de wijze waarop de workshop voor medewerkers wordt uitgevoerd, is gekoppeld aan de organisatieontwikkeling en wordt op lokaal niveau bepaald.
    4. Inzet middelen: jaarlijks rapporteren werkgevers in hun Sociaal Jaarverslag over de middelen die zijn ingezet voor het stimuleren van de ontwikkeling van hun werknemers, met als streefbedrag ten minste 1,2% van de totale loonsom.

    Artikel 13.3 Levensfasebewust personeelsbeleid


    1. Gedurende de looptijd van de CAO-OI zal een paritaire studie plaatsvinden naar levensfasebewust personeelsbeleid, met als uitgangspunt dat werknemers in iedere levensfase effectief en gezond aan het werk kunnen blijven en hun loopbaan actief vorm kunnen geven (employability).
    2. Doel van de studie is om voor het einde van de looptijd van de CAO-OI een personeelsbeleid te ontwikkelen dat er op gericht is dat medewerkers in iedere fase zelf actief sturing willen en kunnen geven aan hun loopbaan. Dit beleid komt in plaats van de huidige op leeftijd gebaseerde regelingen, zoals de 60+-regeling, de leeftijdsuren[21], de onregelmatige dienst 55+ en de Seniorenregeling 2007. Daarbij kan organisatieverblijftijd een eigentijds vertrekpunt voor dit beleid zijn.
    3. Bij het ontwikkelen van het nieuwe beleid is de financiële ruimte beschikbaar die gemoeid is met het huidige beleid (evenwaardigheid). De ontwikkelingen op het terrein van levensloop worden betrokken bij de ontwikkeling van het levensfasebewust personeelsbeleid.
    4. De studie wordt uiterlijk 1 januari 2010 afgerond.

    Artikel 13.4 Tenure Track


    1. Partijen zijn overeengekomen gedurende de looptijd van de CAO-OI een experimenteerartikel op te nemen ten behoeve van "tenure track".
    2. Onder "tenure track" wordt verstaan: "een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van maximaal 6 jaar met een talentvolle gepromoveerde academicus ter beoordeling van de vraag of aansluitend met betrokkene een dienstverband voor onbepaalde tijd zal worden aangegaan”.
    3. Voor het einde van de looptijd van deze CAO zullen partijen het experiment evalueren.[22]

    Artikel 13.5 Werken na 65 jaar


    1. Gedurende de looptijd van de CAO-OI wordt in paritair verband onderzoek verricht ten behoeve van het identificeren en wegnemen van knelpunten in de CAO-OI en aanpalende regelingen, die werken na 65 jaar belemmeren.
    2. Uitgangspunt blijft dat ieder dienstverband eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd (zijnde de AOW-gerechtigde leeftijd). Er is geen behoefte aan een algemene CAO-afspraak over het dóórwerken van werknemers ná hun 65e.
    3. Werkgevers kunnen gedurende de looptijd van de CAO-OI in een voorkomend geval experimenteren met het inzetten van een 65-plusser voor een concreet omschre­ven taak/opdracht waarbij sprake moet zijn van aantoonbaar bedrijfsbelang.
    4. In paritair verband wordt na afronding van het onderzoek bepaald welke CAO-bepalingen in dergelijke specifieke gevallen van toepassing zijn of gewijzigd moeten worden toegepast.
    5. Het aldus vastgestelde model zal met ingang van 1 januari 2009 toegepast kunnen worden.
    6. Voor het einde van de looptijd van deze CAO zal de toepassing worden geëvalueerd.

    Artikel 13.6 Omvang standaardwerkweek


    1. Gedurende de looptijd van de CAO-OI voeren de werkgevers een voorstudie uit waarin wordt bezien of en zo ja, in hoeverre heroverweging van de standaardomvang van de werkweek een meer structurele oplossing van het verlofstuwmerenknelpunt kan bieden.
    2. In dit verband zal onder meer worden nagegaan of functiecontracten voor bepaalde groepen van personeel een bruikbaar alternatief kunnen zijn.
    3. Werkgevers zullen werknemersorganisaties bij de gedachtebepaling betrekken. De studie kan tot afspraken in de nieuwe CAO-OI leiden.

     

    Artikel 13.7 Stand van zaken lopende afspraken

    In voorgaande CAO´s OI zijn diverse studies afgesproken. De stand van zaken van de nog lopende afspraken is als volgt.



    1. Per 1 juli 2003 is de Functie Niveau Matrix (FNM) van kracht geworden. Partijen hebben tevens een `Bezwarenregeling Functiewaardering FNM` voor de onderzoek­instellingen vastgesteld, waarbij een paritair samengestelde bezwaaradviescommissie op WVOI-niveau is ingesteld  met een onafhankelijk voorzitter. Deze commissie brengt bij geschillen een unaniem advies uit. De werkgever neemt het advies over tenzij redelijkheid en billijkheid zich daartegen verzetten. De bezwaaradviescommissie is ingesteld voor de duur van de invoeringsperiode, maar blijft nog bestaan tot 1 juli 2008. Voor 1 juli 2008 wordt het functioneren van deze bezwaar­adviescommissie geëvalueerd.
    2. Met betrekking tot de wijziging van de fiscale regels voor het sparen van verlofdagen ten behoeve van prepensionering, zijn de toepasselijke regelingen in deze CAO per 1 oktober 2003 aangepast en hiermee in overeenstemming gebracht met de uitspraak die de staatssecretaris van Financiën desgevraagd bij brief van 30 oktober 2003 heeft gedaan, (welke hij vervolgens per e-mail van 15 december 2003 ambtelijk nader heeft toegelicht) en die het volgende inhoudt:
       - Verlof dat is gespaard in de jaren 2001-2003 kan tot uiterlijk 1 januari 2007 voor
         prepensionering worden opgenomen.
       - Verlof dat is gespaard over de jaren voorafgaand aan 2001 kan ook nog ná
         1 januari 2007 voor prepensionering worden opgenomen.
       - Vanaf 1 oktober 2003 kan ten behoeve van prepensionering geen verlof meer
         worden gespaard.

    Artikel 13.8 Aanwending budgetten


    1. Afgesproken is om de SOP/SROI-budgetten en het budget De Jaren Tellen in beginsel te bestemmen ten behoeve van uitgaven als gevolg van deelname door de werk­nemers aan de thans geldende SROI.
    2. Het budget Kwaliteitsbeleid zal in beginsel worden bestemd ten behoeve van het in artikel 6.4 opgenomen recht van de werknemer om 1 keer per 5 jaar een professio­neel loopbaanadvies te krijgen of in het kader van employability.
    3. Indien gelden uit de betreffende budgetten resteren, zal door de instelling in het Lokaal Overleg een voorstel ten behoeve van de besteding van die restanten worden gedaan.
    4. Ten slotte zijn partijen overeengekomen dat, indien de budgetten SOP/SROI en de Jaren Tellen niet toereikend zijn voor de kosten van deelname aan de SROI, het budget Kwaliteitsbeleid kan worden aangewend.
    5. De verantwoording over de besteding van de genoemde budgetten zal in het Lokaal Overleg plaatsvinden. Met ingang van 1 maart 2001 worden de decentrale arbeids­voorwaardengelden geïndexeerd, overeenkomstig de wijzigingen in het hier overeen­gekomen CAO-OI loon. Daarnaast zullen algemene kortingen en bonussen met be­trek­king tot het P-deel van de financiering eveneens doorwerken in deze indexering.
    6. De uitgaven aan kinderopvang in 2001 worden, voor zover zij ten laste werden ge­bracht van de decentrale arbeidsvoorwaardengelden, hieruit geschrapt. Dit bedrag wordt per 1 januari 2002 structureel overgeheveld naar de lumpsum van de verschil­lende instellingen.
    7. De kosten die voortvloeien uit de implementatie van de Wet Arbeid en Zorg in hoofd­stuk 5 van deze CAO, worden -voor zover deze uitgaan boven de regelingen uit deze wet- vooralsnog ten laste gebracht van de decentrale arbeids­voor­waardengelden.
    8. De huidige middelen die de minister van OCW voor arbeidsmarktbeleid voor de OI sector beschikbaar stelt, worden nadat zij zijn toegevoegd aan de lumpsum van de instellingen onverkort ter beschikking gesteld aan SoFoKleS.

  • WVOI
    Postbus 93138
    2509 AC Den Haag
    070 - 3440876