Collectieve Arbeidsovereenkomst
HOOFDSTUK 3 – SALARIS EN TOELAGEN
Artikel 3.1 Algemene bepalingenArtikel 3.2 Salarisschaal en functiewaardering
Artikel 3.3 Bedenkingen/bezwaren functiewaardering
Artikel 3.4 Inschaling
Artikel 3.5 Salarisverhogingen
Artikel 3.6 Afwijkingen bijzondere gevallen
Artikel 3.7 Gratificatie
Artikel 3.8 Functioneringstoelage
Artikel 3.9 Waarnemingstoelage
Artikel 3.10 Toelage onregelmatige dienst
Artikel 3.11 Afbouw toelage onregelmatige dienst
Artikel 3.12 Bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdiensten
Artikel 3.13 Toelage werving en behoud
Artikel 3.14 Toelagen op andere gronden
Artikel 3.15 Intrekking toelagen
Artikel 3.16 Hoogte en uitbetaling vakantie-uitkering
Artikel 3.17 Uitkering om redenen van werving, behoud
Artikel 3.18 Overwerkvergoeding
Artikel 3.19 Non-activiteit
Artikel 3.20 Bezoldiging en uitkering ingeval van overlijden en vermissing
Artikel 3.1 Algemene bepalingen
- De werkgever betaalt het salaris, de toelagen en de vergoedingen voor extra diensten maandelijks.
- Wanneer het salaris, een eventuele toelage als bedoeld in de artikelen 3.8 tot en met 3.14, een vakantie-uitkering of een eindejaarsuitkering moet worden berekend over een gedeelte van een kalendermaand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantal dagen van de desbetreffende kalendermaand.
- Van het eerste en tweede lid kan worden afgeweken ingeval daartoe naar het oordeel van de werkgever op grond van bijzondere omstandigheden aanleiding bestaat.
- De werknemer ontvangt over de tijd, gedurende welke hij in strijd met zijn verplichtingen opzettelijk nalaat zijn functie te vervullen, geen bezoldiging. Ook in de gevallen genoemd in artikel 9.8 sub a, b en c kan de werkgever besluiten de bezoldiging stop te zetten.
- Werknemers hebben in december 2008 recht op een eindejaarsuitkering van 6,1% van 12 maal de maandelijkse bezoldiging. Bij een dienstverband gedurende een deel van het jaar en bij een onvolledig dienstverband wordt de eindejaarsuitkering naar rato aangepast (maandelijkse opbouw).
- Werknemers hebben in december 2009 recht op een structu¬rele eindejaarsuitkering van 8,33% van 12 maal de maandelijkse bezoldiging. In 2009 bedraagt de eindejaarsuitkering een volledige dertiende maand. Bij een dienstverband gedurende een deel van het jaar en bij een onvolledig dienstverband wordt de eindejaarsuitkering naar rato aangepast (maandelijkse opbouw).
- Werknemers die op 1 maart 2008 in dienst zijn, krijgen in maart 2008 eenmalig een bedrag uitgekeerd van 0,5% van 12 maal het salaris dat geldt voor de werknemer op peildatum 29 februari 2008.
Artikel 3.2 Salarisschaal en functiewaardering
- De salarisschaal die voor de werknemer geldt, wordt, tenzij zijn wijze van functioneren zich nog daartegen verzet, door de werkgever bepaald met inachtneming van de aard en het niveau van zijn functie.
- Aard en niveau van de functie worden, in context van de functies binnen de organisatie, door de werkgever bepaald binnen het in bijlage 1 van deze CAO aangegeven kader. Dit geschiedt aan de hand van karakteristieken en functietyperingen vastgesteld door de Werkgeversvereniging Onderzoekinstellingen in overeenstemming met de meerderheid van de werknemersorganisaties.
- Indien de werknemer bij wijze van waarneming tijdelijk een andere functie uitoefent, blijft de voordien voor hem geldende salarisschaal van toepassing, onverminderd het bepaalde in artikel 3.9.
- Anders dan bij wijze van disciplinaire maatregel kan zonder voorafgaand ontslag voor een werknemer geen salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dan dat van de reeds voor hem geldende salarisschaal.
- Het vierde lid is niet van toepassing, indien bij de bepaling van de salarisschaal, bedoeld in het eerste lid, tevens is bepaald dat de functie van de werknemer een tijdelijk karakter heeft en de salarisschaal in verband daarmee slechts tijdelijk zal gelden.
Artikel 3.3 Bedenkingen/bezwaren functiewaardering
- De werknemer die bedenkingen heeft tegen het voorgenomen besluit omtrent de waarderingsuitkomst, kan de werkgever verzoeken de waarderingsuitkomst in heroverweging te nemen.
- Ten behoeve van de beslissing op bezwaren tegen de vastgestelde waardering van de functies is een FNM-adviescommissie (ex artikel 7.13 Awb) ingesteld.
- De nadere regels ten behoeve van het indienen en behandelen van bedenkingen en bezwaar zijn vastgelegd in de FNM-bezwarenprocedure.
- Bij het aangaan van een dienstverband wordt aan de werknemer het salaris toegekend dat in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer 0.
- Van het eerste lid kan worden afgeweken door het toekennen van een hoger salaris ingeval daartoe naar het oordeel van de werkgever aanleiding bestaat.
Artikel 3.5 Salarisverhogingen
- Het salaris van de werknemer wordt verhoogd tot het daaropvolgende bedrag in de salarisschaal indien hij naar het oordeel van de werkgever zijn functie naar behoren vervult.
- Het salaris van de werknemer kan worden verhoogd tot een in de salarisschaal hoger vermeld bedrag, indien hij naar het oordeel van de werkgever zijn functie zeer goed of uitstekend vervult.
- Vervult de werknemer zijn functie naar het oordeel van de werkgever niet naar behoren, dan blijft salarisverhoging achterwege.
- De in het eerste en tweede lid bedoelde salarisverhoging wordt toegekend wanneer de werknemer het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt; voor de eerste maal geldt de verhoging een jaar na zijn indiensttreding en nadien telkens na 1 jaar.
- Het tijdstip waarop ingevolge het vierde lid een salarisverhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van de werkgever aanleiding bestaat.
Artikel 3.6 Afwijkingen bijzondere gevallen
In bijzondere gevallen kan de werkgever een regeling treffen die de artikelen 3.1 tot en met 3.5 aanvult of daarvan ten gunste van de werknemer afwijkt.
- De werknemer heeft aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum. De werkgever stelt een regeling ambtsjubileumgratificaties vast.
- De hoogte van de ambtsjubileumgratificatie is minimaal gelijk aan de hoogte van deze gratificatie conform de regeling zoals die gold op 31 december 2006. Verlaging van de ambtsjubileumgratificatie behoeft op het niveau van de werkgever instemming van werknemersorganisaties.
- De werknemer kan wegens bijzondere prestaties dan wel op andere gronden een gratificatie en/of extra verlof worden toegekend. Hiertoe stelt de werkgever nadere regels vast.
Artikel 3.8 Functioneringstoelage
- Indien naar het oordeel van de werkgever sprake is van zeer goede of uitstekende vervulling van de functie, kan de werkgever een toelage voor de duur van 1 jaar toekennen aan de werknemer die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt.
- Indien naar het oordeel van de werkgever sprake is van zeer goede of uitstekende vervulling van de functie en daartoe op grond van bijzondere omstandigheden aanleiding bestaat kan de werkgever een toelage voor een langere duur dan 1 jaar toekennen.
- De in het eerste en tweede lid bedoelde toelagen bedragen ten hoogste 15% van het voor de werknemer geldende maximumsalaris.
- In bijzondere gevallen kan de instelling een regeling treffen die het derde lid aanvult of daarvan ten gunste van de werknemer afwijkt.
Artikel 3.9 Waarnemingstoelage
- De werkgever kent aan de werknemer die bij wijze van waarneming tijdelijk een functie uitoefent, die bij toepassing van artikel 3.2 eerste en tweede lid, zou leiden tot een salarisschaal met een hoger maximumsalaris, voor de duur van die waarneming een toelage toe.
- De toelage wordt, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, slechts toegekend wanneer de waarneming ten minste een tijdvak van dertig dagen heeft geduurd.
- Bij volledige waarneming van de functie, bedoeld in het eerste lid, is het bedrag van de toelage gelijk aan het verschil tussen het salaris dat de werknemer geniet en het salaris dat hij zou genieten, wanneer de salarisschaal met het hogere maximumsalaris met ingang van de dag waarop de waarneming is begonnen voor hem zou hebben gegolden.
Artikel 3.10 Toelage onregelmatige dienst
- Aan de werknemer voor wie een salarisschaal geldt tot en met maximaal schaal 10 en die anders dan bij wijze van overwerk, in opdracht regelmatig of vrij regelmatig arbeid verricht op andere tijden dan op maandag tot en met vrijdag tussen 08.00 en 18.00 uur, wordt een toelage onregelmatige dienst toegekend.
- De toelage bedraagt per gewerkt uur een percentage van het salaris per uur dat voor de werknemer geldt:
a. 20% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 06.00 en 08.00 en
tussen 18.00 en 22.00 uur;
b. 40% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 22.00 en 06.00 uur en
voor de uren op zaterdag;
c. 70% voor de uren op zondag en op feestdagen genoemd in artikel 4.1 lid 3. - De percentages genoemd in het tweede lid worden berekend over ten hoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het salaris behorende bij salarisnummer 10 van salarisschaal 7.
- Voor de in het tweede lid, onder a, genoemde morgen- en avonduren wordt de toelage slechts toegekend indien de arbeid is aangevangen voor 07.00 uur, dan wel is beëindigd na 19.00 uur.
- De werkgever kan een regeling treffen die het bepaalde in het eerste, tweede of derde lid aanvult.
Artikel 3.11 Afbouw toelage onregelmatige dienst
- Als de bezoldiging van de werknemer, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in artikel 3.10, een blijvende verlaging ondergaat, die ten minste 3% bedraagt van de som van het salaris en de toelagen, bedoeld in de artikelen 3.8 tweede lid en art. 3.14, kent de werkgever een aflopende toelage toe. Voorwaarde hierbij is dat hij eerstgenoemde toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering daarvan, gedurende ten minste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
- De aflopende toelage als bedoeld in lid 1 wordt afgebouwd in zoveel kwartalen als de werknemer de toelage als bedoeld in artikel 3.10 gehele jaren heeft ontvangen[5].
- In afwijking van het eerste lid kent de werkgever aan de werknemer van 60 jaar of ouder, van wie de bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in artikel 3.10 of een blijvende verlaging ondergaat, een blijvende toelage toe, mits hij eerstgenoemde toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
- De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de werknemer de leeftijd van zestig jaar bereikt en hij, onmiddellijk vóór de aanvang van die toelage, gedurende ten minste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking een toelage als bedoeld in artikel 3.10 of heeft genoten, over in een blijvende toelage als bedoeld in het tweede lid.
- Voor de toepassing van het eerste, tweede en derde lid wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan 2 maanden.
- In afwijking van het tweede lid kent de werkgever aan de werknemer van 55 jaar en ouder van wie de bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in artikel 3.10 een blijvende verlaging ondergaat van meer dan 3%, een blijvende toelage toe, mits de beëindigde of verminderde toelage ten minste tien jaren zonder wezenlijke onderbreking is toegekend. Deze blijvende toelage als bedoeld in dit lid bedraagt 50% van de oorspronkelijke toelage en gaat in op het moment dat de toelage bedoeld in lid 2 minder bedraagt dan 50%.
- Dit artikel is van toepassing op vaste en aflopende toelagen voor onregelmatige dienst, die zijn of worden toegekend na 28 februari 2001.
- De werkgever kan een regeling treffen die het bepaalde in dit artikel aanvult.
Artikel 3.12 Bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdiensten
- Aan de werknemer voor wie een salarisschaal geldt tot en met maximaal schaal 10 en die buiten de voor hem geldende ingeroosterde werktijden ingevolge een schriftelijke opdracht van de werkgever zich regelmatig of vrij regelmatig bereikbaar en beschikbaar moet houden teneinde bij oproep arbeid te gaan verrichten, kent de werkgever een toelage toe.
- De toelage bedraagt per uur bereikbaarheid en beschikbaarheid een percentage van het salaris behorend bij salarisnummer 10 van salarisschaal 6.
Het percentage bedraagt:
a. 5% voor de uren op maandag tot en met vrijdag;
b. 10% voor de uren op zaterdag, zondag en feestdagen zoals genoemd in
artikel 4.1 lid 3. - De werkgever kan nadere regels stellen die het bepaalde in dit artikel aanvullen dan wel daarvan afwijken.
Artikel 3.13 Toelage werving en behoud
De werkgever kan aan de werknemer een toelage toekennen om redenen van werving of behoud.
Artikel 3.14 Toelagen op andere gronden
In bijzondere gevallen kan de werkgever aan de werknemer of aan een groep werknemers een toelage toekennen op andere gronden dan die vermeld in de artikelen 3.8 tot en met 3.13.
Artikel 3.15 Intrekking toelagen
De werkgever trekt een toegekende toelage in, indien de grond waarop de toelage werd toegekend niet meer aanwezig is, tenzij de werkgever van oordeel is dat er omstandigheden zijn om de toelage geheel of gedeeltelijk te handhaven.
Artikel 3.16 Hoogte en uitbetaling vakantie-uitkering
- De werknemer heeft recht op een vakantie-uitkering ten bedrage van 8% van de door hem genoten bezoldiging.
- De vakantie-uitkering bedraagt ten minste een door de minister van OCW te bepalen bedrag per maand, tenzij partijen anders overeenkomen (bijlage 1 van deze CAO).
- De werkgever betaalt de vakantie-uitkering eenmaal per jaar over de periode van 12 maanden die is aangevangen met de maand juni van het voorafgaande kalenderjaar.
- Bij ontslag van de werknemer vindt betaling plaats over het tijdvak, gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode waarover de vakantie-uitkering is betaald en de datum van het ontslag.
Artikel 3.17 Uitkering om redenen van werving, behoud
- De werkgever kan aan de werknemer om redenen van werving of behoud een uitkering toekennen.
- De in het eerste lid bedoelde uitkering wordt toegekend aan het eind van een tijdvak dat tevoren door de werkgever is vastgesteld.
- Aan de toekenning van de uitkering kunnen nadere voorwaarden worden verbonden. Deze voorwaarden worden door de werkgever schriftelijk vastgelegd.
- Aan de werknemer die niet heeft kunnen voldoen aan de in het derde lid bedoelde voorwaarden door een naar het oordeel van de werkgever niet aan hemzelf te wijten oorzaak, kan de uitkering gedeeltelijk worden toegekend.
Artikel 3.18 Overwerkvergoeding
- De werkgever kent aan de werknemer voor wie een salarisschaal geldt tot en met maximaal schaal 10 en die in opdracht van de werkgever overwerk verricht, behoudens het derde lid, een vergoeding toe.
- Als overwerk wordt aangemerkt arbeid buiten de voor de werknemer geldende werktijden, voor zover daardoor het aantal uren per werkperiode wordt overschreden.
- Voor overwerk dat gedurende korter dan een half uur aansluitend aan de vastgestelde dagelijkse werktijd wordt verricht, wordt geen vergoeding toegekend.
- De werkperiode bedoeld in het tweede lid wordt gesteld op:
a. een dag indien aanvang en einde van de werktijd in de regel niet aan wisselingen
onderhevig zijn;
b. een tijdvak van ten minste 7 dagen, indien de tijdstippen van aanvang en einde
van de werktijd volgens een van te voren vastgesteld rooster wisselen. - De vergoeding voor overwerk bestaat uit:
a. verlof, gelijk aan het aantal uren overschrijding van het per week vastgestelde
aantal arbeidsuren en daarnaast uit
b. een bedrag in geld, dat voor elk uur van die overschrijding een percentage van
het voor de werknemer geldende salaris per uur bedraagt. - De vergoeding in verlof wordt zo spoedig mogelijk toegekend, doch in de regel niet later dan in de kalendermaand volgende op de kalendermaand waarin de overschrijding plaats had, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de wensen van de werknemer.
- Indien naar het oordeel van de werkgever de bedrijfsvoering zich verzet tegen het toekennen van verlof, wordt in plaats van verlof voor ieder uur een bedrag in geld toegekend gelijk aan het voor de werknemer geldende salaris per uur.
- Indien de werkperiode 1 dag omvat, bedraagt het in het vijfde lid, onder b, bedoelde percentage:
- behoudens het bepaalde onder b en c, het getal, vermeld in de onderstaande tabel:
- 50, indien gedurende langer dan 2 uur overwerk is verricht, voor zover het overwerk betreft dat na de eerste 2 uur is verricht op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag tussen 06.00 en 20.00 uur, behoudens het bepaalde onder c;
- 100, indien het overwerk is verricht op een van de feestdagen, genoemd in hoofdstuk 4, dan wel op de daarop volgende dag tussen 06.00 en 20.00 uur.
- behoudens het bepaalde onder b en c, het getal, vermeld in de onderstaande tabel:
- Indien de werkperiode een tijdvak van ten minste 7 dagen omvat, bedraagt het in het vijfde lid, onder b, bedoelde percentage
- 50, behoudens het bepaalde onder b;
- 100, indien het overwerk is verricht op zondag, op maandag tussen 00.00 en 06.00 uur, op een van de feestdagen, genoemd in artikel 4.1 lid 3, dan wel op de dag, volgende op de laatstbedoelde dag, tussen 00.00 en 06.00 uur.
- 50, behoudens het bepaalde onder b;
- Voor het vaststellen van de duur van de overschrijding gelden de uren waarop krachtens het vijfde lid, onder a, of krachtens de overige bepalingen van dit besluit vakantie of verlof is genoten, als uren waarop is gewerkt.
- Aan werknemers voor wie verschillende salarisschalen gelden die volgens een opdracht als bedoeld in het eerste lid gelijke werkzaamheden verrichten, kan de werkgever, in afwijking van het eerste tot en met het tiende lid, naar billijkheid een voor alle betrokken werknemers gelijke vergoeding toekennen.
- In bijzondere gevallen kan de werkgever een regeling treffen die het eerste tot en met het elfde lid aanvult of daarvan ten gunste van de werknemer afwijkt.
- Aan de werknemer die in verband met werkzaamheden die voortvloeien uit een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen, tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn functie wordt gedurende zijn ontheffing een nonactiviteitswedde toegekend op basis van de Wet Incomptabiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement.
- Onder "schadeloosstelling" als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, van de in het eerste lid genoemde wet, worden voor de toepassing van dit artikel verstaan alle inkomsten die aan de in het eerste lid bedoelde functie zijn verbonden.
- Voor de toepassing van dit artikel wordt de functie van substituut-ombudsman gelijkgesteld met een functie in een publiekrechtelijk college als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.20 Bezoldiging en uitkering ingeval van overlijden en vermissing
- De bezoldiging wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van het overlijden.
- Indien de werknemer op de datum van zijn overlijden nog aanspraak had op vakantieverlof, vindt artikel 5.5 lid 2 overeenkomstige toepassing.
- Zo spoedig mogelijk na het overlijden wordt aan de weduwe, de weduwnaar of de relatiepartner een bedrag uitgekeerd, gelijk aan 3 maanden bezoldiging, vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering die de werknemer op het moment van overlijden genoot. Indien de overledene geen weduwe of weduwnaar of relatiepartner nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige eigen wettige, gewettigde of wettelijk erkende natuurlijke, adoptie- dan wel pleegkinderen. Ontbreken ook zodanige kinderen, dan geschiedt de uitkering, indien de overledene kostwinner was van ouders, broers of zusters of meerderjarige kinderen, ten behoeve van deze betrekkingen.
- Het eerste t/m het derde lid is van overeenkomstige toepassing ingeval van vermissing van de werknemer, tenzij gegronde vermoedens bestaan dat de werknemer ongeoorloofd afwezig is. Het moment van vermissing wordt vastgesteld door de werkgever. Tot dit moment van vaststelling wordt de bezoldiging doorbetaald. Ingeval van ongeoorloofde afwezigheid vindt terugvordering plaats van hetgeen onverschuldigd betaald is.
