Collectieve Arbeidsovereenkomst
HOOFDSTUK 4 ARBEIDSDUUR EN WERKTIJDEN
Artikel 4.1 ArbeidsduurArtikel 4.2 60+-regeling
- Met inachtneming van dit hoofdstuk en van het bepaalde bij of krachtens wetten houdende voorschriften tot beperking van de arbeidsduur, stelt de werkgever voor de werknemers werktijdregelingen vast. Onder werktijdregeling wordt verstaan een voor een periode van langer dan een week opgesteld en van tevoren bekendgemaakt schema van aanvang en einde van de dagelijkse werktijden.
- a. De arbeidsduur bedraagt gemiddeld ten hoogste 38 uur per week. De feitelijke
werkweek wordt behoorlijk door rusttijd onderbroken.
b. De feitelijke werkweek is afhankelijk van de omvang van de inzet van flexibele
vakantieverlofuren, overeenkomstig het bepaalde in bijlage 3. De feitelijke
werkweek wordt vastgesteld door de werkgever. - Geen arbeid wordt verricht op zaterdagen en zondagen, op nieuwjaarsdag, tweede paasdag, 5 mei, Hemelvaartsdag, tweede pinksterdag, beide kerstdagen en Koninginnedag. Werknemers hebben daarnaast het recht om, tegen inlevering van (een) verlofdag(en), geen arbeid te verrichten op andere godsdienstige feest- en gedenkdagen.
- Van het derde lid kan slechts worden afgeweken indien het belang van de werkgever dit onvermijdelijk maakt en met inachtneming van het volgende:
a. geen arbeid wordt verricht op ten minste 13 zondagen per periode van
6 maanden;
b. de werknemer wordt zo weinig mogelijk in zijn zondagsrust beperkt en hem wordt
zoveel mogelijk de gelegenheid geboden op zondag en op de voor hem geldende
religieuze feestdagen zijn kerk of geloofshuis te bezoeken. Het bepaalde ten
aanzien van de zondag vindt voor de werknemer die aan het hoofd van de
organisatie-eenheid heeft medegedeeld dat hij tot een kerkgenootschap behoort
dat de wekelijkse rustdag op de sabbat of op de zevende dag viert, desgewenst
van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de sabbat onderscheidenlijk
de zevende dag. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de werknemer
met een andere geloofsovertuiging. Het zal de werknemer worden toegestaan
op de voor hem geldende religieuze feestdagen die op een werkdag vallen
een verlofdag op te nemen;
c. de werktijdregeling wordt zodanig vastgesteld, dat de werknemer bij voorkeur in,
doch in ieder geval over elk tijdvak van 7 dagen vrij is gedurende ten minste 2,
bij voorkeur aaneengesloten, dagen waarvan ten hoogste 2 halve dagen kunnen
worden afgesplitst. - Van de vastgestelde werktijdregeling kan slechts worden afgeweken, indien het belang van de werkgever dit onvermijdelijk maakt of in geval van buitengewone omstandigheden, mits ervoor wordt gezorgd, dat de werknemer in of over het desbetreffende tijdvak van 7 dagen een ononderbroken rusttijd van ten minste 36 uren geniet.
- In bijzondere gevallen kan van de vaststelling van een werktijdregeling als bedoeld in het eerste lid, worden afgezien. In die gevallen vindt het tweede tot en met het vijfde lid overeenkomstige toepassing.
- De werknemer van 55 jaar of ouder worden geen werkzaamheden opgedragen die moeten worden verricht tussen 22.00 en 06.00 uur, tenzij:
a. sprake is van gewichtige redenen van dienstbelang en de Arbo-dienst
heeft verklaard dat er geen bezwaren bestaan tegen het opdragen van
de werkzaamheden;
b. het een gedeelte van een dienst betreft die doorloopt na 22.00 uur en ten laatste
eindigt om 24.00 uur;
c. de werknemer instemt met de opgedragen dienst. - De werkgever kan jaarlijks, met instemming van de (C)OR, maximaal 5 collectieve bedrijfssluitingsdagen vaststellen. Collectieve bedrijfssluitingsdagen worden ten laste gebracht van het jaarlijks in de vorm van vakantie op te nemen deel van het vakantieverlof, zoals bedoeld in artikel 5.2 sub 1.
De werknemer die zestig jaar of ouder is, wordt op zijn verzoek toestemming verleend de werkdag van ten minste 8 uur dagelijks met een half uur te verkorten met behoud van bezoldiging.
naar boven